Coronavirus: nieuwe maatregelen inzake tijdskrediet en SWT in de zorgsector en in het onderwijs

Van 

Om de vlotte arbeidsorganisatie in deze sectoren te vrijwaren en de werknemers te ondersteunen voorziet een wet in bepalingen betreffende tijdskrediet en het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag.


Eén van de doelstellingen van de regering is te waarborgen dat werkgevers die tot bepaalde sectoren behoren over voldoende werknemers beschikken om te blijven functioneren. Ook in deze sectoren moet men zich namelijk voorbereiden op een aantal zieke werknemers of werknemers in quarantaine waardoor de continuïteit van de activiteit in gevaar kan worden gebracht.

Het volgende artikel legt de regels uit die inzake tijdskrediet en het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) worden voorzien.

Sommige van deze maatregelen werden verlengd tot 30 juni 2021.

Opgelet! De maatregelen inzake tijdskrediet en SWT zijn enkel van toepassing in volgende sectoren:

  • werkgevers behorend de zorgsector;
  • werkgevers behorend het onderwijs;
  • werkgevers die instellingen en centra exploiteren die belast zijn met contactopsporing om de verspreiding van het coronavirus Covid-19 te beperken.

Met zorgsector bedoelen we de private en openbare diensten voor zorg, opvang en bijstand voor personen, voor oudere personen, voor minderjarigen, voor mindervalide personen en voor kwetsbare personen, met inbegrip van slachtoffers van intrafamiliaal geweld (paritaire comités nr. 318, 319, 330, 331, 332, 322 indien de uitzendkracht wordt tewerkgesteld bij een gebruiker die ressorteert onder één van de hierboven vermelde paritaire comités).

Wordt onder de zorgsector eveneens verstaan (sinds 15 februari 2021): de private en openbare instellingen of diensten die belast zijn met de exploitatie van vaccinatiecentra in het kader van de strijd tegen het coronavirus COVID-19 en dit voor alle activiteiten die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met de exploitatie van een vaccinatiecentrum.

1. Werknemer in tijdskrediet of met thematisch verlof: schorsing van het recht om terug te komen werken

1.1. Principe

Een werknemer die wordt tewerkgesteld door een werkgever die tot een bepaalde sector behoort (zie hierboven) en zijn arbeidsprestaties onderbreekt of vermindert (tijdskrediet of thematisch verlof), kan met zijn werkgever overeenkomen om de onderbreking of vermindering van arbeidsprestaties tijdelijk te schorsen.

Na afloop van de tijdelijke schorsing, wordt de oorspronkelijke onderbreking of vermindering van arbeidsprestaties onder de oorspronkelijke voorwaarden voortgezet voor de resterende duur. Er is dus geen nieuwe aanvraag nodig.

Deze maatregel is van toepassing op stelsels van tijdskrediet, loopbaanonderbreking en thematisch verlof ongeacht de vorm van de onderbreking (1/10, 1/5, 1/2 of voltijds).

Hier worden dus werknemers beoogd die worden tewerkgesteld door een werkgever die tot een bepaalde sector behoort (zorg, onderwijs, contactopsporing)en hun tijdskrediet of thematisch verlof schorsen om terug te komen werken bij hun werkgever.

1.2. Formaliteiten

De schorsing van de onderbreking of vermindering van arbeidsprestaties moet schriftelijk aan de RVA worden meegedeeld. Deze Rijksdienst heeft een modelformulier voorzien om deze mededeling te verrichten.

1.3. Verlies van het recht op uitkeringen

Tijdens de periode van schorsing van de onderbreking of vermindering van arbeidsprestaties is er geen recht op uitkeringen.

Update: deze maatregel werd niet verlengd en eindigde daarom op 31 maart 2021.

Er is nu een nieuwe mogelijkheid voorzien om het tijdskrediet op te schorten (die geldt voor alle werknemers, ongeacht de sector): zie ons artikel erover.

2. Werknemer in tijdskrediet of met thematisch verlof: schorsing van het recht om elders te gaan werken

2.1. Principe

Een werknemer die zijn arbeidsprestaties onderbroken of verminderd heeft (tijdskrediet of thematisch verlof), kan tijdens de duur van deze onderbreking of vermindering van arbeidsprestaties tijdelijk worden tewerkgesteld door een andere werkgever die tot een bepaalde sector behoort (ziehierboven).

Hier worden dus werknemers beoogd die door eender welke werkgever worden tewerkgesteld en hun tijdskrediet of thematisch verlof schorsen om te gaan werken bij een andere werkgever die tot een bepaalde sector behoort (zorg, onderwijs, contactopsporing, vaccinatiecentrum).

2.2. Formaliteiten

De arbeidsovereenkomst bij de andere werkgever wordt schriftelijk vastgesteld en bevat een einddatum die de voorziene einddatum van deze maatregel niet overschrijdt.

De wet bepaalt niet dat de werkgever bij wie de werknemer oorspronkelijk is tewerkgesteld zijn akkoord moet geven.

De werknemer brengt de RVA schriftelijk op de hoogte van elke nieuwe tewerkstelling. Deze Rijksdienst heeft een modelformulier voorzien om deze mededeling te verrichten.

2.3. Gedeeltelijk behoud van de uitkering

De werknemer behoudt zijn recht op onderbrekingsuitkeringen als hij een nieuwe tewerkstelling aanvat bij een andere werkgever die tot een vitale sector behoort.

Het bedrag van deze uitkeringen wordt evenwel met 1/4 verminderd tijdens de duur van de arbeidsovereenkomst.

Als de werknemer geen volledige maand werkt, gebeurt de vermindering pro rata.  

3. Werknemer in SWT

Als een werkloze met bedrijfstoeslag het werk tijdelijk hervat in een bepaalde sector (zorg, onderwijs, contactopsporing, vaccinatiecentrum), dan kan hij een deel van zijn werkloosheidsuitkeringen behouden.

3.1. Behoud van de werkloosheidsuitkering

De werknemer in SWT behoudt 75% van zijn werkloosheidsuitkering.

Het behoud van de werkloosheidsuitkeringen is verzekerd, ongeacht of de werkhervatting plaatsheeft bij zijn ex-werkgever of een andere werkgever. De enige voorwaarde is dat de werkgever tot een bepaalde sector behoort (zorg, onderwijs, contactopsporing, vaccinatiecentrum).

3.2. Bedrijfstoeslag en werkhervatting bij een ANDERE werkgever

Als de tijdelijke werkhervatting bij een andere werkgever plaatsheeft, dan is de algemene regeling van toepassing op de bedrijfstoeslag die wordt betaald door de werkgever die de werknemer in SWT heeft geplaatst: verplichte voortzetting van de betaling van de bedrijfstoeslag en van de sociale en fiscale vrijstelling ('hervatting type 1').

In geval van werkhervatting bij een andere werkgever verandert er niets ten opzichte van de regeling die in dit geval al bestond.

3.3. Bedrijfstoeslag en werkhervatting bij DEZELFDE werkgever

Als de tijdelijke werkhervatting plaatsheeft bij de werkgever die de werknemer in SWT heeft geplaatst (dezelfde werkgever), dan is er geen enkele verplichting om de bedrijfstoeslag door te betalen.

Als de werkgever in dit geval de betaling ervan toch wenst voort te zetten, wordt de sociale en fiscale regeling uitzonderlijk gewijzigd:

  • normaal: de doorbetaalde bedrijfstoeslag is onderworpen aan gewone sociale zekerheidsbijdragen en normale bedrijfsvoorheffing (zoals loon) (‘hervatting type 2’);
  • periode 1 oktober 2020 – 30 juni 2021: de bedrijfstoeslag wordt uitzonderlijk en tijdelijk vrijgesteld van sociale bijdragen en belasting (en tijdelijk beschouwd als (‘hervatting type 1’).

In geval van werkhervatting bij dezelfde werkgever worden dus de regels gewijzigd.

4. Duur van deze maatregelen

Deze maatregelen zijn mogelijk van 1 oktober 2020 tot 30 juni 2021 (behalve punt 1 dat eindigde op 31 maart 2021).

Bron: wet van 20 december 2020 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie, BS 30 december 2020. Wet van 2 april 2021 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie, BS 13 april 2021, art. 32.