Sanctie voor de werkgever in geval van ten onrechte ingeroepen tijdelijke werkloosheid: verlenging voor onbepaalde duur

Van 

Voor de periode van 1/7/2022 tot en met 31/12/2022 werd een sanctionering voorzien voor werkgevers die ten onrechte bepaalde vormen van tijdelijke werkloosheid hadden ingeroepen voor hun werknemers. Deze sanctionering blijft van toepassing vanaf 1 januari 2023 en dit voor onbepaalde duur.


Voor welke vormen van tijdelijke werkloosheid?

De sanctionering is van toepassing in geval van ten onrechte ingeroepen tijdelijke werkloosheid wegens:

  • overmacht;
  • technische stoornis;
  • slecht weer;
  • economische redenen voor arbeiders en bedienden.

Welke sanctie?

Als de RVA tijdens een controle vaststelt dat een werkgever voor zijn werknemers onterecht één van bovenvermelde vormen van tijdelijke werkloosheid heeft ingeroepen, zal de werkgever ertoe gehouden zijn het normale loon te betalen aan de betrokken werknemers voor alle dagen tijdens dewelke er onterecht tijdelijke werkloosheid werd ingeroepen.

Daarenboven zal de RVA nu ook rechtstreeks de aan de werknemers betaalde bruto werkloosheidsuitkeringen kunnen terugvorderen bij de werkgever (i.p.v. bij de werknemers zelf). De werkgever kan dan achteraf op zijn beurt het nettobedrag van de aan de RVA terugbetaalde bruto werkloosheidsuitkeringen inhouden op het nettoloon van de betrokken werknemers.

Geldigheidsduur

Deze maatregel (die oorspronkelijk slechts tijdelijk van toepassing was van 1 juli 2022 tot en met 31 december 2022) geldt nu voor onbepaalde duur vanaf 1 januari 2023.

Als overgangsmaatregel wordt eveneens voorzien dat de werknemer ook na 1 januari 2023 het recht behoudt op loon ten laste van de werkgever voor onterecht ingeroepen dagen van tijdelijke werkloosheid tijdens de periode van 1 juli 2022 tot en met 31 december 2022. Ook de RVA kan na 1 januari 2023 nog rechtstreeks de aan de werknemers betaalde bruto werkloosheidsuitkeringen voor de periode van 1 juli 2022 tot en met 31 december 2022 terugvorderen bij de werkgever.

 

Bron: Programmawet van 26 december 2022 (1) (B.S. van 30 december 2022).