126 De hoofdelijke aansprakelijkheid inzake de loonschulden (PC 126)

24/09/2013

In wat volgt schetsen wij een stand van zaken met betrekking tot de hoofdelijke aansprakelijkheid voor loonschulden, ingevoerd door de Programmawet van 29 maart 2012 (die o.a. de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers heeft gewijzigd). Het algemene beginsel is dat  alle aannemers en opdrachtgevers die in een constructie van onderaanneming zitten, aansprakelijk kunnen worden gesteld voor de correcte betaling van het loon.

Voortaan is het mogelijk rechtstreeks de opdrachtgever aan te spreken om bijvoorbeeld het onbetaalde loongedeelte en de hierop verschuldigde sociale bijdragen te recupereren. De opdrachtgevers worden dus mee aansprakelijk gesteld. Dat moet hen ertoe aanzetten geen beroep meer te doen op ondernemingen die hun personeel minder dan het minimumloon betalen.

Er moet op gewezen worden dat deze hoofdelijke aansprakelijkheid niet van toepassing is op de opdrachtgever of de natuurlijke persoon  die werk voor privédoeleinden laat uitvoeren.

1. Trapsgewijze hoofdelijke aansprakelijkheid

De opdrachtgevers (de aannemers en de onderaannemers) die voor bepaalde werken (zie hierna) een beroep doen op één of meer aannemers (of onderaannemers) en die er door de inspectie schriftelijk van op de hoogte worden gebracht dat hun aannemers of de erop volgende onderaannemers op zwaarwichtige wijze tekortschieten in hun verplichting hun werknemers tijdig het loon te betalen waarop deze recht hebben, zijn, in bepaalde mate en gedurende een bepaalde periode, hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van het loon aan de werknemers.

De aansprakelijkheid wordt hier trapsgewijze toegepast, zowel ten opzichte van de opeenvolgende aannemers als ten opzichte van de opdrachtgever. De opdrachtgever is dus aansprakelijk voor heel de keten en er moet geen chronologische rangorde worden nageleefd.

2. Bedoelde werken

De werken en de diensten waarvoor de hoofdelijke aansprakelijkheid voor loonschulden van toepassing zal zijn werden nu bepaald in een koninklijk besluit op advies  van de bevoegde paritaire comités.

Er worden negen sectoren beoogd :

  • Bewakings- en/of toezichtsdiensten (PC 317) ;
  • Bouwbedrijf (PC 124) ;
  • Landbouw (PC 144) ;
  • Tuinbouwbedrijven (PC 145) ;
  • Schoonmaak  (PC 121) ;
  • Electriciens : installatie en distributie (PSC 149.01)  ;
  • Stoffering en houtbewerking (PC 126) ;
  • Metaal, machine- en elektrische bouw (PC 111) ;
  • Specifiek werk of diensten  in de voedingsnijverheid of handel in voedingswaren (PC 118 en 119).

Opmerking: voor dit sector worden er specifieke diensten en/of activiteiten beoogd (= werken of diensten in het bevoegdheidsgebied van het PC 111 EN welke eveneens beschouwd worden als onroerende werken in de zin van artikel 20 §2 van het KB nr. 1 van 29 december 1992  met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde).

3. Vertrekpunt van de aansprakelijkheid : eerste een geschreven mededeling van de inspectie 

De hoofdelijke aansprakelijkheid gaat ten vroegste in na een termijn van 14 werkdagen nadat de inspectie de opdrachtgever schriftelijk heeft laten weten dat de aannemer of de onderaannemer zwaarwichtig tekortschoot in zijn verplichtingen in verband met de  betaling van het loon aan zijn werknemers (d.w.z. onder het minimumloon).

De hoofdelijke aansprakelijkheid kan slechts gelden voor de prestaties geleverd vanaf die datum. Zij geldt dus enkel voor toekomstige loonschulden en niet voor opeisbare loonschulden van vóór het begin van de periode van hoofdelijke aansprakelijkheid.

De opdrachtgever heeft dus een termijn van 14 dagen om maatregelen te nemen ten opzichte van zijn aannemer of om zelfs een einde te maken aan de samenwerking met naleving van de bepalingen van het aannemingscontract, om aan die aansprakelijkheid te ontsnappen. De aannemingscontracten zullen dan ook bedingen bevatten die het mogelijk maken het contract te verbreken zonder opzegging noch vergoeding wanneer er een mededeling van hoofdelijke aansprakelijkheid door sociale  inspectie wordt betekend.

4. Duur van de aansprakelijkheid

De periode tijdens welke de hoofdelijke aansprakelijkheid van toepassing is, wordt door de inspectie in haar mededeling bepaald maar kan niet langer duren dan een jaar.

5. Omvang van de hoofdelijke aansprakelijkheid : welke bezoldiging ?

De hoofdelijke aansprakelijkheid geldt hier voor de bezoldiging die opeisbaar is vanaf het begin van de periode van hoofdelijke aansprakelijkheid zoals door de inspectie aangeduid in haar geschreven mededeling, met uitzondering van de vergoedingen waarop de werknemer recht heeft als gevolg van  de verbreking van de arbeidsovereenkomst (vb . : opzeggingsvergoeding).

Tijdens de duur van de hoofdelijke aansprakelijkheid is de hoofdelijk aansprakelijke persoon ertoe gehouden  onverwijld de bezoldiging aan de werknemers (aangeduid in de mededeling) te betalen wanneer hij daartoe wordt aangemaand (met aangetekende brief) door één van de betreffende werknemers of door de inspectie. Vanaf de 5de werkdag na de toezending van de aanmaning, zijn intresten verschuldigd.

Het bedrag van de bezoldiging  waarop de hoofdelijke aansprakelijkheid van toepassing is, hangt af van de persoon die de aanmaning stuurt.

1°. Indien de aanmaning tot betaling verstuurd wordt door de werknemer, dan slaat de hoofdelijke aansprakelijkheid steeds op het nog niet betaalde gedeelte van de verschuldigde bezoldiging.

De hoofdelijk aansprakelijke kan nochtans het bedrag van de bezoldiging beperken tot de prestaties die voor hem werden geleverd :

  • Indien hij bewijst dat de arbeidstijd die de betreffende werknemer heeft besteed in het kader van de activiteiten die hij laat uitvoeren, hetzij rechtstreeks, hetzij via intermediaire aannemers of onderaannemers, beperkt is tot een welbepaald aantal uren, dan geldt de hoofdelijke aansprakelijkheid slechts voor het met deze prestaties overeenstemmend niet-betaalde gedeelte van het verschuldigd loon;
  • Indien hij bewijst dat de betreffende werknemer geen prestaties heeft geleverd in het kader van de activiteiten die hij hetzij rechtstreeks, hetzij via intermediaire aannemers of onderaannemers laat uitvoeren, dan is hij niet hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de bezoldiging van de betreffende  werknemer.

Opmerking : de werknemer die de aanmaning doet moet dit eveneens laten weten aan de Algemene Directie  Toezicht op de Sociale Wetten van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, zodat de inspectie:

  • de prestaties en de betreffende bezoldigingen kan vaststellen of het percentage van het minimumloon;
  • en ze kan meedelen aan de RSZ

2°. Als de aanmaning tot betaling verstuurd wordt door de inspectie, dan slaat de hoofdelijke aansprakelijkheid slechts op het niet betaalde gedeelte van het verschuldigd loon dat overeenstemt met de prestaties geleverd in het raam van de activiteiten die hij, hetzij rechtstreeks, hetzij via intermediaire aannemers of onderaannemers, laat uitvoeren.

Indien de hoofdelijk aansprakelijke niet kan zeggen welke prestaties werden geleverd door de betreffende werknemers in het kader van de werken die hij laat uitvoeren, hetzij rechtstreeks hetzij via intermediaire aannemers of onderaannemers, dan slaat de hoofdelijke aansprakelijkheid op de betaling van een percentage van het minimumloon te bepalen bij koninklijk besluit (= minimumloon voorzien door de sector).

Dat percentage is gelijk aan het aandeel dat in de omzet van de werkgever tijdens een door de koning bepaalde periode (één jaar voor de mededeling toegezonden door de inspectie maar zonder verder te kunnen teruggaan dan het begin van de werken die de hoofdelijk aansprakelijke laat uitvoeren, hetzij rechtstreeks, hetzij  door aannemers of door  intermediaire onderaannemers) vertegenwoordigd wordt door werken uitgevoerd door de werkgever in het kader van de overeenkomst die de hoofdelijk aansprakelijke laat uitvoeren, hetzij rechtstreeks, hetzij via intermediaire aannemers  of onderaannemers.

6. Verplichting van bekendmaking 

De aannemer of de onderaannemer over wie de mededeling van de inspectie wordt gedaan (de werkgever die op zwaarwichtige wijze tekortschoot in zijn verplichting om zijn werknemers tijdig het loon te betalen waarop zij recht hebben), krijgt een kopie van de mededeling en moet die op elke plaats waar hij werknemers tewerkstelt uithangen.

De opdrachtgever, de aannemer of de onderaannemer aan wie de mededeling gericht is moet eveneens een kopie van de ontvangen mededeling uithangen op werkplekken waar de bewuste werken worden uitgevoerd.

7. Betaling van de sociale bijdragen

De hoofdelijke aansprakelijke die het loon betaalt van werknemer van één van zijn aannemers of de daaropvolgende onderaannemers moet tevens de socialezekerheidsbijdragen betalen.

Aan de hand van de gegevens ontvangen van de inspectie, bepaalt de RSZ de kwartalen waarvoor de bijdragen verschuldigd zijn. Zij berekenen die bijdragen en ook de bijdrageopslagen, de forfaitaire vergoedingen en de verwijlintresten. Het bedrag van de vordering wordt dan aangetekend meegedeeld aan de werkgever van de betreffende werknemer(s) en aan de hoofdelijk aansprakelijke. Als de werkgever niet betaalt  dan zal de hoofdelijk aansprakelijke in gebreke worden gesteld. Als die de som  niet binnen 30 dagen betaalt  dan zal de RSZ de vordering innen met een dwangbevel.

8. Sancties

Wordt bestraft met een sanctie van niveau 2, de hoofdelijk aansprakelijke die aangemaand wordt de bezoldiging te betalen maar die niet betaalt binnen een termijn van 5 werkdagen volgend op de verzending van de aanmaning. Wordt eveneens bestraft met een  sanctie van niveau 2, hij die de verplichting van bekendmaking niet nakomt.

In  toepassing van het sociaal strafwetboek  is de sanctie van niveau 2 de volgende : of  een strafrechtelijke boete van  75 EUR tot 2.750 EUR of een administratieve boete van 137,50 EUR tot 1.375 EUR (na toepassing van de opcentiemen).

9. Inwerkingtreding

De hoofdelijke aansprakelijkheid voor de betaling van het loon in de genoemde bedrijfstakken gaat in op 1 september 2013.

Terug