Fiscaal gunstregime overuren opnieuw naar 180 uren? Eindelijk witte rook!

Van 

Een wet voorziet – eindelijk – de aangekondigde tijdelijk verhoging van het contingent van de fiscaal gunstige overuren naar 180 uren.


Situering

Sinds 2005 kent de fiscale wetgeving een fiscaal gunstregime voor overuren en, specifiek voor de bouwsector, eveneens voor prestaties in toepassing van het KB nr. 213 (= prestaties waarvoor dit KB een toeslag van 20 procent voorziet).

Het gunstregime bestaat uit een belastingvermindering voor de werknemer en een gedeeltelijke doorstortingsvrijstelling van bedrijfsvoorheffing voor de werkgever. Dus een fiscaal voordeel voor zowel de werknemer als de werkgever.
Sinds de introductie wijzigde de regeling een aantal keer. Thans is het regime van toepassing op de eerste 130 uren op jaarbasis. Voor werken in onroerende staat met een aanwezigheidssysteem en voor de horeca gelden evenwel afwijkend contingenten van respectievelijk 180 en 360 uren.
Het fiscale voordeel voor elk van deze contingenten vindt men terug in dit schema.

Voor de goede orde:

  • dit gunstregime staat enkel open voor overuren waarbij de wetgeving een recht voorziet op overloon of op de 20%-toeslag ingevolge het KB nr. 213. Bijgevolg geldt dit gunstregime niet voor prestaties die de werkgever met een andere toeslag betoelaagt, of die hij met overloon betoelaagt terwijl de wet dit niet oplegt voor de betrokken situatie. Evenmin kan het toegepast worden voor de systemen van de netto overuren in de horeca en de relance overuren;
  • dit gunstregime gaat niet gepaard met eigen afwijkingen op de arbeidsduurregels. De arbeidsduurwetgeving, inclusief de wettelijke beperkingen om overuren te laten presteren, blijft integraal van toepassing.

Standaardcontingent van 130 uren: tijdelijke verhoging naar 180 uren

Voor de jaren 2019 en 2020 werd het standaardcontingent van 130 uren reeds tijdelijk opgetrokken naar 180 uren.  Het interprofessioneel sociaal akkoord 2021-2022 stelt o.m. voor om het standaardcontingent van de fiscaal gunstige overuren opnieuw op te trekken van 130 naar 180 uren.
Ter zake werd nu – eindelijk - een wetsontwerp ingediend en goedgekeurd in de Kamer.

Net zoals bij de vorige verhoging zal ook deze verhoging van tijdelijke aard zijn. Merkwaardig genoeg sluit de voorgestelde verhoging wel niet aan op de vorige tijdelijke verhoging van de jaren 2019 en 2020: voorstel is om de nieuwe verhoging te laten gelden van 1 juli 2021 tot 30 juni 2023. Voor de periode van 1 januari 2021 t.e.m. 30 juni 2021 blijft het plafond dus op 130 uren behouden!

In 2021 en in 2023 geldt het verhoogde contingent dus maar voor telkens één semester. Specifiek voor het jaar 2021 moeten de 50 bijkomende uren gepresteerd zijn in de periode van 1 juli 2021 tot en met 31 december 2021. Van bijvoorbeeld de 140 overuren die een werknemer in het eerste semester van 2021 presteerde, blijft het fiscaal gunstregime bijgevolg enkel gelden voor de eerste 130 uren. Echter, presteert deze werknemer in het tweede semester nog eens 140 overuren, dan komen de eerste 50 uren hiervan in aanmerking voor het gunstregime. Kortom: voor het jaar 2021 kan men overuren gepresteerd in het eerste semester niet aanrekenen op het bijkomende contingent van 50 overuren. Enkel de overuren gepresteerd in het tweede semester komen hiervoor in aanmerking.
Dezelfde logica voor overuren gepresteerd in 2023: de 50 bijkomende overuren kunnen enkel aangewend worden voor overuren gepresteerd in het eerste semester. In geval een werknemer bijvoorbeeld in het eerste semester 140 overuren presteert en in het tweede semester nog eens 140 overuren, dan zal men het fiscaal gunstregime genieten voor alle 140 overuren gepresteerd in het eerste semester. Men geniet het gunstregime evenwel voor geen enkele van de in het tweede semester gepresteerde overuren. Immers, vanaf 1 juli 2023 zakt het standaardcontingent terug naar 130 uren, die voor deze werknemer reeds volledig werd aangewend in het eerste semester van 2023.

De nieuwe situatie vindt men terug in het volgende schema:

Fiscaal voordeel - situatie 1.7.2021 - 30.6.2023

 

Koninklijke besluiten

De wet regelt de tijdelijke verhoging enkel in de eindbelasting. Aansluitend moeten ook de regels inzake de bedrijfsvoorheffing nog aangepast worden, en dat vereist nog een koninklijk besluit.

Update 27.12.2021: de vereiste koninklijke besluiten werden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Het fiscaal gunstregime kan nu effectief toegepast worden.
Let wel: de bedrijfsvoorheffing wordt niet retroactief gecorrigeerd voor de periode van 1 juli 2021 tot en met 31 december 2021. Het betrokken koninklijk besluit treedt in werking op 1 januari 2022. Werknemers zullen het fiscaal voordeel voor de 50 bijkomende uren bijgevolg pas zien bij de eindafrekening van hun personenbelasting. Dus ergens in de loop van 2023.
Herinner hierbij: met het oog op de belastingaangifte worden de overuren die in aanmerking komen voor het fiscaal voordeel vermeld op de jaarlijkse fiscale fiches 281.10, met hierbij de corresponderende aangiftecodes.

Het fiscale voordeel voor de werkgevers kan wel retroactief toegepast worden, dus met terugwerkende kracht tot en met 1 juli 2021.
Update 28.12.2021: vandaag verscheen een bijkomend koninklijk besluit dat een retroactieve herberekening van de ingehouden en aan de fiscus doorgestorte bedrijfsvoorheffing oplegt. De meeste werknemers die het fiscale voordeel voor de 50 bijkomende uren genieten in de periode van 1 juli 2021 tot en met 31 december 2021 zullen dus een retroactieve looncorrectie genieten.

 

Bronnen:

- wet tot uitvoering van het sociaal akkoord in het kader van de interprofessionele onderhandelingen voor de periode 2021-2022;
- koninklijk besluit van 17 december 2021 tot wijziging van de bijlage IIIbis van het KB/WIB 92 op het stuk van de vrijstelling van doorstorten van bedrijfsvoorheffing als bedoeld in artikel 2751, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992;
- koninklijk besluit van 19 december 2021 tot wijziging van de bijlage III van het KB/WIB 92 op het stuk van de vermindering voor overwerk;
- koninklijk besluit van 17 december 2021 tot wijziging van de bijlage III van het KB/WIB 92 op het stuk van de vermindering voor overwerk.