Coronavirus en jobstudent: versoepeling van de voorwaarden om kinderbijslag te genieten in Vlaanderen en Wallonië (UPDATE)

Van 

Het Vlaamse en Waalse gewest versoepelen de voorwaarden om kinderbijslag te genieten.


100415

In ons vorig artikel vermeldden we dat de uren die een student presteert tijdens het 2e kwartaal 2020 niet meetellen voor de berekening van het contingent van 475 uur per kalenderjaar om te kunnen genieten van de regeling voor studenten die enkel een solidariteitsbijdrage verschuldigd zijn. Deze maatregel werd door de regering genomen om te beantwoorden aan de grotere nood aan arbeidskrachten in bepaalde sectoren (distributie, voeding, ...).

De uren die tijdens het 4e kwartaal 2020 en het 1e kwartaal 2021 als student worden gepresteerd, worden ook in de zorgsector en het onderwijs geneutraliseerd voor het contingent van 475 uur met solidariteitsbijdrage.

In aansluiting op deze maatregel hebben het Vlaamse en Waalse gewest beslist om de regels inzake kinderbijslag te versoepelen. Als gevolg van de 6e staatshervorming werd de kinderbijslag namelijk geregionaliseerd. Dit betekent dat de regels verschillen naargelang de verblijfplaats van de student.

Principe

In het Vlaamse gewest

Wat de toekenningsvoorwaarden van de kinderbijslag betreft, moet een onderscheid gemaakt worden tussen twee situaties:

  • Van 0 tot 18 jaar

Voor kinderen van 0 tot 18 jaar is er geen enkele voorwaarde: ze genieten kinderbijslag tot 31 augustus van het jaar waarin ze 18 worden.

  • Van 18 tot 25 jaar

Voor studenten van 18 tot 25 jaar moeten bepaalde voorwaarden vervuld zijn.

Zo behoudt een student die een winstgevende activiteit uitoefent, het recht op kinderbijslag als deze winstgevende activiteit:

  • wordt uitgeoefend buiten de zomervakantie, namelijk tijdens het 1e, 2e en 4e kwartaal zonder 240 uur per kwartaal en 80 uur per maand te overschrijden;
  • wordt uitgeoefend tijdens de zomervakantie (juli, augustus en september), namelijk tijdens het 3e kwartaal, zonder beperking van uren of loon tijdens deze periode.

In het Waalse gewest

Voor de toekenningsvoorwaarden van kinderbijslag worden twee situaties onderscheiden.

  • De student is 18 jaar geworden vóór 1 januari 2019

Een student van 18 jaar en ouder die een winstgevende activiteit uitoefent, behoudt het recht op kinderbijslag als deze winstgevende activiteit:

  • wordt uitgeoefend tijdens de zomervakantie (juli, augustus en september), namelijk tijdens het 3e kwartaal zonder beperking van uren of loon tijdens deze periode.
  • wordt uitgeoefend buiten de zomervakantie, namelijk tijdens het 1e, 2e en 4e kwartaal kwartaal zonder 240 uur per kwartaal te overschrijden.
  • De student is 18 jaar geworden na 1 januari 2019

Tot 21 jaar wordt het recht op kinderbijslag van de student beschouwd als halfautomatisch. De student blijft evenwel kinderbijslag genieten onder dezelfde voorwaarden als hierboven vermeld.

Versoepeling

Ingevolge de coronacrisis hebben Vlaanderen en Wallonië beslist beslist dat de uren die tijdens het 2e kwartaal 2020 (april, mei en juni) als student worden gepresteerd, niet in aanmerking worden genomen bij de toekenning van de kinderbijslag.

UPDATE : Vlaanderen heeft besloten om verder te gaan. De uren die tijdens de periode van 1 oktober 2020 tot 31 maart 2020 als student worden gepresteerd in de zorgsector en in het onderwijs niet in aanmerking worden genomen bij de toekenning van de kinderbijslag.

Samengevat

  • Wat betreft het contingent van 475 uur:
    • neutralisatie van de uren die door een student worden gepresteerd tijdens de periode van 1 april tot 30 juni 2020;
    • neutralisatie van de uren die door een student worden gepresteerd tijdens het 4e kwartaal 2020 en het 1e kwartaal 2021 in de zorgsector en in het onderwijs.
  • Wat betreft de kinderbijslag:
    • In Wallonië: neutralisatie van de uren die door een student worden gepresteerd tijdens het 2e kwartaal 2020 (inwerktreding met terugwerkende kracht vanaf 1 maart 2020 (1)).
    • In Vlaanderen:
      • neutralisatie van de uren die door een student worden gepresteerd tijdens het 2e kwartaal 2020 (inwerktreding met terugwerkende kracht vanaf 1 april 2020 (2));
      • neutralisatie van de uren die door een student worden gepresteerd tijdens de periode van 1 oktober 2020 tot 31 maart 2021 in de zorgsector en in het onderwijs (inwerktreding met terugwerkende kracht vanaf 1 oktober 2020 (3)).

Studenten moeten dus niet vrezen dat ze aan gewone socialezekerheidsbijdragen zullen worden onderworpen of dat ze hun recht op kinderbijslag zullen verliezen.

 

Bronnen

(1) Besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 38 van 7 mei 2020 waarbij afgeweken kan worden van de regels en voorwaarden voor de toekenning van de gezinsprestaties voor kinderen ouder dan 18 jaar, BS, 15 mei 2020.

(2) Besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2020 tot vaststelling van maatregelen ten gevolge van de uitbraak van het COVID-19-virus, wat betreft de toelagen in het kader van het gezinsbeleid, BS, 7 mei 2020.

(3) Besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2020 tot tot vaststelling van maatregelen met betrekking tot arbeidsovereenkomst voor studenten ten gevolge van de uitbraak van het COVID-19-virus, wat betreft de toelagen in het kader van het gezinsbeleid, BS, 6 januari 2021.